Geen hartaanval, maar een vals alarm
Mijn eerste paniekaanval kreeg ik in de auto. Uit het niets begon mijn hart te bonzen, het zweet brak me uit en ik werd ontzettend duizelig. Ik dacht letterlijk dat ik een hartaanval kreeg en doodging. Vanaf dat moment durfde ik de snelweg niet meer op. De angst vóór de angst beheerste mijn hele leven; bij elk krampje in mijn borst sloeg de paniek weer toe.
De psycho-educatie in het programma was een enorme eyeopener. Het inzicht dat mijn interne 'rookmelder' gewoon te scherp stond afgesteld en alarm sloeg terwijl er geen brand was, nam direct al veel onrust weg. Het zwaarste – maar ook het meest effectieve – was de interoceptieve exposure. Thuis veilig op de bank oefende ik met het opwekken van die enge lichamelijke sensaties, bijvoorbeeld door snel te ademen of rondjes te draaien op een stoel. Hierdoor leerde mijn brein dat een adrenalinepiek eigenlijk gewoon een fysiologische golf is die vanzelf weer wegebt, uiterlijk binnen 10 tot 30 minuten. Ik mijd de auto inmiddels niet meer. Ik ben niet 100% angstvrij, maar als de angst nu komt, weet ik dat ik veilig ben.




